
Johan Van Barel•2 jaar geleden Wij deden in 2018 naar aanleiding van de lokale verkiezingen via de website jijkiest.be onderstaand voorstel aan de gemeente Stekene. Ons voorstel behaalde de meeste stemmen (48) van alle ingediende suggesties, niettemin werden we zelfs niet uitgenodigd om ons voorstel toe te lichten, laat staan dat er op enige wijze rekening mee werd gehouden.Wat is de zin van burgerparticipatie als voorstellen na de verkiezingen gewoon in de vuilbak worden gekieperd? Desondanks doen we 6 jaar later opnieuw een poging om gehoord te worden.Wat is het probleem?In Stekene staan een duizendtal weekendverblijven, meestal vergund gebouwd en permanent bewoond, hoewel dat wettelijk verboden is, uitgezonderd een handvol gelukkigen die konden genieten van een inmiddels vernietigd ruimtelijk uitvoeringsplan.De gezinnen wonen nochtans reeds decennia in Stekene en betalen al jaren gemeentebelastingen, maar ze krijgen bitter weinig in ruil. De toegangswegen liggen in erbarmelijke onverharde middeleeuwse staat en de bewoners moeten zelf instaan voor het onderhoud ervan. Riolering ontbreekt ondanks Vlaamse steunmaatregelen.De afgelopen jaren heeft de provincie en Gewestelijke Stedenbouwkundige Inspectie (GSI), er alles aan gedaan om de permanente bewoners uit hun woningen te drijven. De GSI stelde gerechtelijke vervolging in met stakingsbevelen en administratieve boetes van 5.000 € per gezinslid, 3-maandelijks herhaalbaar en dit enkel voor het feit dat mensen hun basisrecht op wonen uitoefenen. Dit uitdrijf-beleid van de eigen bevolking staat in schril contrast met de wettelijke verplichting om voor buitenlandse asielzoekers onderdak te voorzien, soms zelfs in recreatiewoningen (kan het nog cynischer?). In een aantal wijken is dit uitdrijf-beleid ook grotendeels gelukt. De drama's, financiële en emotionele schade voor de gezinnen die hun hypotheek nog moesten afbetalen, zijn dan ook talrijk.De huizen die uiteindelijk achtergelaten zijn, worden tegen een prikje opgekocht door slimme projectontwikkelaars en het ganse jaar onderverhuurd aan meestal buitenlandse havenarbeiders, op papier telkens voor een beperkte periode van minder dan zes maand aan steeds wisselende personen, zodat geregistreerde permanente bewoning wordt vermeden en omzeild.De overheid heeft door haar uitdrijf-beleid het probleem van permanente bewoning alleen maar groter gemaakt. De praktijk toont duidelijk aan dat een vergund weekendverblijf op één of andere manier altijd bewoond zal worden, mede omdat meer dan 175.000 mensen wachten op een sociale woning.Het voorstel:De gemeente kan de permanente bewoners wettelijk beschermen door hen de mogelijkheid te bieden een functiewijziging naar zonevreemde woning aan te vragen en dit enkel voor die woningen die vergund gebouwd zijn en voldoen aan de voorwaarden bepaald in de Vlaamse wooncode. Dit kan door middel van een GRUP, waarvan de kosten eventueel deels kunnen gedragen worden door de betrokken eigenaars. De planbaten kunnen terugvloeien naar de gemeente om onder andere te voorzien in de nodige infrastructuurwerken zoals wegenis en riolering.Ondersteunende pro-argumenten:• Dit voorstel strookt met het officieel uitgangspunt van de overheid: “Waar gebouwd kan worden, kan gewoond worden” (Advies Hoge Raad Voor Het Handhavingsbeleid Rolnummer : 002989 / A / 000004 Beslissing nr : 003006 29/01/2010 par. 3.7.3 p.24). De woningen werden destijds vergund opgetrokken binnen een goedgekeurde verkaveling.• Door dit voorstel komen potentieel honderden nieuwe woningen op de markt, zonder dat er één enkele steen moet worden bijgebouwd, zonder dat er extra open-ruimte moet worden aangesneden.• De voorwaarde m.b.t. bewoonbaarheid, nl. voldoen aan de vereisten gesteld in artikel 5, §1, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, sluit uit dat kleine chalets, woonwagens, caravans, onbewoonbare krotten en barakken, verblijven zonder voldoende nutsvoorzieningen, etc. voor permanente bewoning in aanmerking komen.• De vergunningsvoorwaarde zorgt ervoor dat onvergunde constructies niet in aanmerking komen.• Het voorstel hoeft niet in tegenspraak te zijn met het PRUP, enkel het verbod op permanente bewoning vervalt. Het omringende gebied blijft verder als bosgebied ingekleurd. (cfr. zonevreemde woningen)• Een functiewijziging kan pas aangevraagd worden na positief attest van bewoonbaarheid, op basis van de vereisten gesteld in de Vlaamse Wooncode, mits planbaten te betalen door de eigenaar.• De planbaten kunnen terugvloeien naar de gemeente voor aanleg van bijkomende nutsvoorzieningen, wegenonderhoud etc.Weerlegbare tegen-argumentatie: De Stedenbouwkundige Inspectie (GSI) werpt in diverse juridische procedures als tegenargument op dat de “ruimtelijke draagkracht” overschreden wordt wanneer de woonfunctie wordt bestendigd in een gebied dat niet als woongebied is bestemd. Dit argument wordt in recente rechtspraak echter niet gevolgd. De rechterlijke macht is terecht van mening dat het louter bewonen, in tegenstelling tot het optrekken van een constructie, geen enkele ruimtelijke impact heeft. In een arrest van de 9e kamer van het hof van beroep van 11 oktober 2013 lezen we: (Bron: http://www.vlaamsomgevingsrecht.info/2013_11_01_archive.html):“het hof is van oordeel dat (in tegenstelling tot de oprichting zelf en onverminderd de ruimtelijke implicaties die het louter gebruik van bepaalde bestaande constructies voor andere doeleinden dan bewoning en/of in andere feitelijke situaties kan hebben) het louter gebruiken, d.w.z. bewonen, van de kwestieuze voordien gebouwde woning op zich geen ruimtelijke implicaties heeft.”Bovendien wordt de woonfunctie door dit voorstel niet voor alle constructies van toepassing, maar enkel voor diegene die vergund gebouwd zijn en die geschikt zijn om te bewonen, nl. voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Wooncode inzake minimale veiligheid-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten.Tevens is het zo dat deze constructies als recreatiewoning zijn vergund, waardoor ze in de praktijk het ganse jaar door als tijdelijk verblijf kunnen verhuurd en bewoond worden door verschillende huurders, terwijl permanent wonen door de eigenaar zelf niet is toestaan. Wat betreft ruimtelijke impact is er geen enkel verschil tussen een gans jaar permanent wonen door dezelfde personen enerzijds en het permanent huren en bewonen door verschillende personen. Op jaarbasis gezien is de impact exact hetzelfde.